Rb. Overijssel 27 januari 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:214
OM en verdachte maken, nadat de zaak al enige jaren op zitting in behandeling was, procesafspraken. Het OM biedt verdachte alsnog een transactie aan, die de verdachte heeft geaccepteerd en is nagekomen. Onderdeel van de procesafspraken is dat het OM verdachte niet verder vervolgt. Op de eerstvolgende zitting rekwireert het OM tot zijn eigen niet-ontvankelijkheid. De rechtbank komt, na afweging van alle (in het vonnis vermelde) omstandigheden, tot het oordeel dat gelet op in het bijzonder het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging, enig te respecteren strafvorderlijk belang bij voortzetting van de vervolging is komen te ontvallen en verklaart het OM in diens vervolging niet-ontvankelijk. De rechtbank accepteert derhalve de facto de procesafspraken tussen partijen.
De uitspraak op rechtspraak.nl