Rb. Noord-Nederland 12 mei 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:1510
Noordelijke Fraudekamer; toewijzing ontnemingsvordering. De rechtbank schat het voordeel dat is verkregen uit de handel in methylfenidaat op € 413.414,59. De rechtbank is van oordeel dat het gepresenteerde afdoeningsvoorstel ten aanzien van de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel anders beoordeeld dient te worden dan de vragen aangaande de vaststelling van schuld en de strafoplegging die de rechtbank in de hoofdzaak heeft beantwoord. De rechtbank ziet geen zwaarwegende principiële bezwaren tegen het volgen van het afdoeningsvoorstel in de ontnemingsprocedure en zal gelet hierop de betalingsverplichting vaststellen op € 136.426,81, ook al wordt het voordeel op een hoger bedrag geschat. De rechtbank wijst het deel van de vordering af dat ziet op voordeel uit witwassen, conform het standpunt van de officier van justitie en de verdediging.
De uitspraak op rechtspraak.nl