HR 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:513

Militaire zaak, Schaarsbergen-zaak. Medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd (art. 285 Sr). Schending van recht op behandeling zaak door onafhankelijke en onpartijdige rechter a.b.i. art. 6.1 EVRM, nu lid van kamer die arrest heeft gewezen t.t.v. behandeling zaak formeel in dienst was van het OM? HR heeft ex art. 83 RO inlichtingen ingewonnen bij hof. HR herhaalt overwegingen uit HR:2008:BC3785 m.b.t. uitgangspunt dat rechter uit hoofde van zijn aanstelling als rechter moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor oordeel dat hij t.a.v. verdachte een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij verdachte daarover bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. In het licht van EHRM-rechtspraak en gelet op specifieke feiten en omstandigheden van onderhavig geval, levert feit dat rechter t.t.v. behandeling zaak van verdachte in dienst was bij OM niet een uitzonderlijke omstandigheid op als hiervoor bedoeld. Daarbij neemt HR o.m. in aanmerking dat deze dienstbetrekking louter formeel karakter had. Rechter was voor volledige arbeidsduur gedetacheerd bij Commando Zeestrijdkrachten als actief dienend reservist. Uit de bij hof ingewonnen inlichtingen blijkt dan ook dat rechter na 22-5-2015 niet meer werkzaam is geweest bij OM en hij daarna ook geen enkel contact meer heeft gehad met OM, anders dan over verlengingen van zijn detacheringsovereenkomst, terwijl behandeling van zaak in hoger beroep medio 2020 plaatsvond. Een en ander brengt mee dat enkele omstandigheid dat rechter deel uitmaakte van kamer die verdachte heeft veroordeeld, geen grond biedt voor gerechtvaardigde vrees voor gebrek aan onpartijdigheid van gerecht a.b.i. art. 6.1 EVRM. Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met 20/02247 M en 20/02260 M.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken