Hof Arnhem-Leeuwarden 1 april 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:2524

Het hof heeft de drie verdachten die betrokken waren bij een vastgoedbedrijf veroordeeld wegens het medeplegen van oplichting, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachten tot dat feit opdracht hebben gegeven dan wel feitelijk leiding hebben gegeven aan de verboden gedragingen. In alle drie de zaken zijn procesafspraken gemaakt tussen de verdediging en het openbaar ministerie. Het hof heeft in het arrest gemotiveerd aangegeven waarom het niet aansluit bij de gemaakte procesafspraken. De drie verdachten hebben door middel van oplichtingspraktijken geld van niets vermoedende slachtoffers afhandig gemaakt. De slachtoffers is voorgespiegeld dat zij op een veilige manier hoge rendementen konden behalen door geld te investeren in vastgoed in Polen. Een deel van het ingelegde geld is uitgeleend aan een bedrijf in Polen, zonder dat daar enige zekerheid tegenover stond. Een groot aantal slachtoffers ondervindt nog steeds de negatieve financiële gevolgen van het handelen van de verdachten. Gelet op de forse overschrijding van de termijn waarbinnen een strafzaak afgedaan moet worden in eerste aanleg en in hoger beroep heeft het hof de op te leggen straffen gematigd. Verder zijn de verdachten veroordeeld tot vergoeding van schade aan een groot aantal benadeelden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen