Conclusie A-G Niessen 1 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:318
A-G Niessen heeft een conclusie genomen inzake een geschil over de vraag of de waarde(stijging) van een appartement dat een geëmigreerde belastingplichtige heeft aangehouden voor eigen gebruik, is aan te merken als ‘inkomsten verkregen uit de rechtstreekse exploitatie van onroerende zaken’ in de zin van art. 6, lid 3, van het belastingverdrag tussen Nederland en Mexico. Belanghebbende en zijn echtgenote zijn geëmigreerd naar Mexico. Zij zijn samen eigenaar van een onroerende zaak in Nederland gebleven. Belanghebbende heeft in zijn aangifte IB/PVV 2018 de helft van de waarde van de onroerende zaak aangegeven als bezitting in box 3. In geschil of de aanslag in stand kan blijven. Het Hof is van oordeel dat voor de uitlegging van het begrip ‘inkomsten uit exploitatie’ moet worden aangesloten bij de betekenis die volgt uit de Nederlandse belastingwetgeving. Naar het oordeel van het Hof, heeft de Inspecteur terecht het appartement van belanghebbende in de grondslag van box 3 begrepen. Het begrip ‘exploitatie’ uit art. 6, lid 3, van het Verdrag dient ruim te worden uitgelegd en ziet volgens het Hof op iedere aanwending van een onroerende zaak die leidt tot – werkelijke of forfaitair te bepalen – voordelen die als inkomsten worden beschouwd door de Nederlandse fiscale wetgeving. Belanghebbende voert in cassatie verschillende klachten aan. Volgens belanghebbende zijn de interpretatie en toepassing van art. 6, lid 3, Verdrag door het Hof in strijd met het Verdrag, omdat slechts de werkelijke inkomsten verkregen uit de exploitatie van onroerende zaken mogen worden belast. Ook klaagt belanghebbende dat de forfaitaire heffing van box 3 daarnaast op andere, praktische bezwaren stuit. Nu het begrip ‘inkomsten verkregen uit de exploitatie van onroerende zaken’ niet is gedefinieerd in het Verdrag, dient volgens de A-G op grond van art. 3, lid 2, Verdrag voor de uitlegging van dit begrip te worden aangesloten bij de betekenis naar nationaal recht. Onder de Wet IB 2001 worden in Nederland gelegen onroerende zaken naar hun WOZ-waarde in aanmerking genomen voor de bepaling van het fictieve rendement uit sparen en beleggen. Dit brengt mee dat waardeveranderingen en/of de waarde van gebruik dan wel beschikbaarheid van de in Nederland gelegen onroerende zaak tot de rendementsgrondslag kunnen behoren. De omstandigheid dat belanghebbende en zijn echtgenote het appartement niet hebben verhuurd of hebben geëxploiteerd ter uitoefening van een bedrijf, is echter naar de mening van de A-G niet relevant. De klacht faalt. De andere klacht van belanghebbende houdt in de kern in dat de vermogensrendementsheffing ten onrechte is, en dat in plaats daarvan alleen het werkelijke rendement zou mogen worden belast. De onderhavige zaak dateert van vóór het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021. Dit brengt mee dat zowel het Hof als partijen hiermee geen rekening hebben kunnen houden. Als gevolg hiervan moet naar de mening van de A-G worden onderzocht of en – zo ja – in hoeverre belanghebbende wordt benadeeld door de box 3 heffing. Alleen in dat geval en voor dat deel dient volgens de A-G een redelijke op rechtsherstel gerichte compensatie geboden te worden. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende gegrond dient te worden verklaard en dat het geschil wordt verwezen naar een ander hof.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 11 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:180
- HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1963
- Conclusie A-G Niessen 1 november 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1019
- Hof 's-Hertogenbosch 12 augustus 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:2564
- Rb. Zeeland-West-Brabant 9 oktober 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:4848
- HR 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1326
- HR 23 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1191
- HR 26 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM0371
- HR 21 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BG4825
- Hof 's-Hertogenbosch 31 oktober 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BH0227
- Hof 's-Hertogenbosch 17 oktober 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BH0219
- HR 1 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV5017
- HR 5 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE8398
- HR 2 september 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC5045