Hof 's-Hertogenbosch 17 oktober 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BH0219

Belanghebbende woont in Duitsland en bezit een recreatiewoning, gelegen in Nederland. Ter zitting van het hof heeft belanghebbende alsnog gekozen voor behandeling als binnenlands belastingplichtige. Belanghebbende stelt dat Nederland geen heffingsrecht heeft over het fictief berekende inkomen uit de recreatiewoning. Het hof verwerpt deze stelling van belanghebbende, omdat art. 4 van het Verdrag Nederland-Duitsland ook het gebruik van de onroerende zaak als inkomsten, waarover Nederland mag heffen, aanwijst. Volgens het hof mag Nederland dit gebruik op forfaitaire wijze bepalen, zoals ook al gebeurde onder de Wet IB '64 middels het huurwaardeforfait. Dat Duitsland geen forfaitaire heffing kent ter zake van een tweede woning, doet niet ter zake. Omdat belanghebbende voor het hof alsnog heeft gekozen voor behandeling als binnenlands belastingplichtige en voorts is komen vast te staan dat de recreatiewoning voor de helft in onverdeelde eigendom aan belanghebbendes echtgenoot toebehoort, moet de aanslag alsnog worden verminderd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen