Art. 7.7 Wet IB 2001, Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen
Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001)
1. Het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen in Nederland is het voordeel dat een belastingplichtige geniet uit sparen en beleggen in Nederland, berekend volgens de regels van hoofdstuk 5, met uitzondering van de in artikel 5.1 genoemde persoonsgebonden aftrek. Het voordeel uit sparen en beleggen in Nederland wordt gesteld op het met overeenkomstige toepassing van de regels van hoofdstuk 5 bepaalde rendement van de rendementsgrondslag in Nederland.
2. De rendementsgrondslag in Nederland is de waarde van de bezittingen in Nederland verminderd met de waarde van de schulden in verband met die bezittingen in Nederland. Bezittingen in Nederland zijn:
a. in Nederland gelegen onroerende zaken;
b. rechten die direct of indirect betrekking hebben op in Nederland gelegen onroerende zaken en
c. rechten op aandelen in de winst van een onderneming waarvan de leiding in Nederland is gevestigd, voorzover zij niet voortspruiten uit effectenbezit of uit dienstbetrekking en zij niet op grond van de afdelingen 7.2 of 7.3 zijn belast.
3. Onder in Nederland gelegen onroerende zaken worden begrepen rechten die samenhangen met de exploratie of de exploitatie van in Nederland aanwezige natuurlijke rijkdommen.
4. Indien de belastingplichtige ten aanzien van een of meer bezittingen bij het begin van het kalenderjaar nog geen belastbaar inkomen uit sparen en beleggen in Nederland geniet, of indien de belastingplichtige ten aanzien van een of meer bezittingen gedurende het kalenderjaar anders dan door overlijden ophoudt belastbaar inkomen uit sparen en beleggen in Nederland te genieten, wordt eveneens uitgegaan van de rendementsgrondslag in Nederland aan het begin van het kalenderjaar maar wordt het voordeel uit sparen en beleggen in Nederland ten aanzien van die bezittingen naar tijdsgelang herleid, waarbij gedeelten van kalendermaanden worden verwaarloosd.
5. Indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het met overeenkomstige toepassing van afdeling 5.6 berekende werkelijke rendement van de bezittingen in Nederland en van de schulden in verband met die bezittingen in Nederland per saldo lager is dan het voordeel uit sparen en beleggen in Nederland, wordt het belastbare inkomen uit sparen en beleggen in Nederland in afwijking van het eerste lid gesteld op het werkelijke rendement van die bezittingen en schulden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:705
- HR 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:704
- Conclusie 4 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:41
- HR 1 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV5017
- HR 22 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:470
- Conclusie A-G Niessen 1 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:318
- Hof 's-Hertogenbosch 14 december 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:4556
- Rb. Zeeland-West-Brabant 15 december 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:8432
- Rb. Zeeland-West-Brabant 24 augustus 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:5635
- Rb. Den Haag 19 december 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:14134
- Conclusie A-G NIESSEN 9 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BR7049
- Conclusie A-G Overgaauw 1 december 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV5017
- Conclusie A-G Wattel 5 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8403
- Conclusie A-G Wattel 5 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8398
- HR 10 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:1
- Hof 's-Hertogenbosch 4 maart 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:593
- Hof 's-Hertogenbosch 18 januari 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:163
- Hof 's-Hertogenbosch 6 december 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:BA2033
- Hof Den Haag 25 april 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:1045
- Rb. Zeeland-West-Brabant 14 november 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:6739