Conclusie A-G Paridaens 22 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:818

Concl. AG. Hawala-bankieren. Medeplegen gewoontewitwassen, deelneming criminele organisatie en gewoonte maken van medeplegen van opzettelijk overtreden van art. 2:3a lid 1 Wft. Klachten o.m. over 1. oordeel hof dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van de overtreding van art. 2:3a lid 1 Wft, 2. oordeel hof dat het bewezenverklaarde kan worden gekwalificeerd als - voor zover van belang - "overtreding van art.2:3a lid 1 Wft" terwijl de tll. en bewezenverklaring niet inhouden dat de verdachte zijn "zetel in Nederland" had en 3. tot het bewijs bezigen van verklaringen van verdachte waarin hij zich op zijn zwijgrecht beroept. AG: Ad 1: oordeel hof is toereikend gemotiveerd. Ad 2: Mede gelet op inhoud tll. en bewezenverklaring waaruit niet kan worden afgeleid waar verdachte zijn zetel had, heeft hof bewezenverklaarde niet zonder meer kunnen kwalificeren als - voor zover van belang - "overtreding van art.2:3a lid 1 Wft". Ad 3: Hof had deze verklaringen van verdachte idd in zoverre niet tot het bewijs mogen bezigen. Dit hoeft echter niet tot cassatie te leiden nu de bewezenverklaarde feiten reeds uit de overige bewijsmiddelen kunnen worden afgeleid, waardoor de gewraakte verklaringen van ondergeschikte betekenis zijn in het licht van de gehele bewijsvoering.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken