Rb. Rotterdam 20 december 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:10978

Veroordeling voor het medeplegen van witwassen, het uitoefenen van het bedrijf van betaaldienstverlener zonder vergunning en deelneming aan een organisatie met het oogmerk tot het plegen van misdrijven. Voor het uitoefenen van het bedrijf van betaaldienstverlener zonder vergunning ontslaat de rechtbank de verdachte van alle rechtsvervolging, nu het bestanddeel “zetel in Nederland” in de tenlastelegging ontbreekt. De rechtbank heeft geen gevangenisstraf opgelegd, nu de officier van justitie aanvankelijk een schikking heeft aangeboden waarbij de verdachte een bedrag van € 30.000,- diende te betalen. De rechtbank ziet geen redenen om een hogere straf op te leggen dan een geldboete die gelijk is aan het transactiebedrag (subsidiair 185 dagen hechtenis), nu de officier van justitie niet nader heeft gemotiveerd waarom, ondanks de eerder aangeboden transactie, een gevangenisstraf nu passend is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken