Conclusie A-G Keulen 14 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:206

Beleggingsfraude. Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd (art. 326 Sr) en deelname aan een criminele organisatie (art. 140 Sr). 1. Ten laste van verdachte is onder 2 bewezenverklaard dat hij zich in de periode van 1 oktober 2000 t/m 22 juni 2001 schuldig heeft gemaakt aan oplichting. 1. Verjaring feit 2 gelet op verandering van wetgeving t.z.v. art. 326 Sr en art. 72 Sr? 2. Verschillende bewijsklachten m.b.t. bewezenverklaarde oplichting, i.h.b. tegen de bewezenverklaarde oplichtingsmiddelen en tegen oordeel hof dat één of meer personen door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels zijn bewogen tot de afgifte van één of meer geldbedragen. 3. Motivering afwijzing getuigenverzoek. 4. Verwerping verweer dat ‘criminele oogmerk’ a.b.i. art. 140 Sr niet bewezen kan worden. HR: art. 81.1 RO.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken