HR 22 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:91

Mishandeling en belediging door hoofdconductrice tijdens kaartcontrole in de trein te slaan, te duwen tegen en te trekken aan haar lichaam en haar “kankerhoer” te noemen, art. 300.1 jo. 304.2 Sr en art. 266.1 jo. 267.2 Sr. Kan schriftelijke vordering tot schadevergoeding van b.p. als wettig b.m. worden gebruikt voor bewijs dat hoofdconductrice t.t.v. die mishandeling en belediging werkzaam was als ambtenaar a.b.i. art. 304.2 en 267.2 Sr? O.g.v. art. 51b.2.Sv kan het slachtoffer - waaronder mede is te verstaan degene die als rechtstreeks gevolg van een strafbaar feit vermogensschade of ander nadeel heeft ondervonden (art. 51a.1. Sv) - verzoeken stukken aan het dossier toe te voegen die hij relevant acht voor de beoordeling van de zaak tegen verdachte of van zijn vordering op verdachte. Krachtens art. 51d Sv staat die mogelijkheid ook open voor de in art. 51f.2.Sv bedoelde personen die zich als b.p. in het strafproces voegen. Geen rechtsregel staat eraan in de weg dat een aldus aan het dossier toegevoegd stuk - waaronder begrepen het formulier voor voeging a.b.i. art. 51g.1 Sv - voor het bewijs wordt gebruikt indien het voldoet aan de bewijsvoorschriften. Gelet daarop stond het het Hof vrij om het door het slachtoffer voor de aanvang van de tz. in e.a. ingediende "Verzoek tot schadevergoeding" ex art. 344.1.5 Sv voor het bewijs van de tlgd. feiten te gebruiken. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen