HR 3 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1878

Beleggingsfraude. Oplichting, art. 326.1 Sr. Verschillende bewijsklachten m.b.t. bewezenverklaarde oplichting, i.h.b. tegen oordeel Hof dat in de bewezenverklaring bedoelde personen (telkens) door een samenweefsel van verdichtsels zijn bewogen tot afgifte van een geldbedrag, meer i.h.b. over 1. oordeel Hof dat van de kant van verdachte gegeven informatie over gegarandeerde jaarrendement dat tot het einde van de overeenkomst zou worden ontvangen, niet strookte met de werkelijkheid, terwijl die informatie destijds niet onjuist zou zijn, 2. oordeel dat ook “anderen” dan in de bewezenverklaring genoemde personen door het bewezenverklaarde samenweefsel van verdichtsels werden bewogen tot afgifte van geldbedragen, en 3. begrijpelijkheid oordeel dat ook die “anderen” zijn “bewogen” tot het doen van deze betalingen door een samenweefsel van verdichtsels. Ad 1. In de bewijsvoering ligt besloten dat verdachte en zijn medeverdachte t.t.v. met beleggers gesloten overeenkomsten al wisten dat nakoming van deze overeenkomsten t.a.v. overeengekomen rendement en maandelijkse uitbetaling - in ieder geval op termijn - zo niet uitgesloten dan toch zeer onzeker was. Het daarop gebaseerde oordeel van het Hof dat door verdachte en zijn medeverdachte gegeven informatie over gegarandeerde rendement van de belegging, evenals informatie over direct storten van de gelden op een geblokkeerde rekening, niet strookte met de werkelijkheid, is niet onbegrijpelijk. In verlengde hiervan geeft ’s Hofs oordeel dat deze omstandigheid kan bijdragen aan door het Hof bewezenverklaarde “samenweefsel van verdichtsels” niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Ad 2. Uit de bewijsvoering, blijkt dat en door wie de ter belegging op daartoe opengestelde rekening van A binnengekomen bedragen van in totaal € 1.047.750,- zijn betaald. Dit betreft, afgezien van in de bewezenverklaring genoemde personen, 91 andere personen. Ad 3. Het oordeel van het Hof dat niet uitsluitend de in de bewezenverklaring genoemde personen maar ook andere personen mede door de bewezenverklaarde gedragingen van verdachte en zijn medeverdachte werden bewogen tot afgifte van geldbedragen, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: anders t.a.v. tweede klacht. Samenhang met 17/05056.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken