HR 20 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2892

Overzichtsarrest oplichting, art. 326.1 Sr. Valse naam, valse hoedanigheid, listige kunstgreep, samenweefsel van verdichtsels. Bewegen tot. In de praktijk blijken regelmatig vragen te rijzen die verband houden met de precieze aard van de in art. 326.1 Sr specifiek aangeduide oplichtingsmiddelen en de onderlinge samenhang van die middelen. De vooropstellingen in dit arrest beogen enkele uit eerdere rechtspraak voortvloeiende min of meer algemene aandachtspunten en beperkingen weer te geven en met elkaar in verband te brengen, en aldus een hulpmiddel te bieden bij de beantwoording van vragen over het gebruik van oplichtingsmiddelen in concrete gevallen. I.c. is de bewezenverklaring dat verdachte door het aannemen van een valse hoedanigheid slachtoffer “heeft bewogen” tot afgifte van een geldbedrag € 50.000,-, mede gelet op de door de HR gegeven vooropstellingen en hetgeen namens verdachte in dit verband is aangevoerd, niet toereikend gemotiveerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken