HR 20 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2892
Overzichtsarrest oplichting, art. 326.1 Sr. Valse naam, valse hoedanigheid, listige kunstgreep, samenweefsel van verdichtsels. Bewegen tot. In de praktijk blijken regelmatig vragen te rijzen die verband houden met de precieze aard van de in art. 326.1 Sr specifiek aangeduide oplichtingsmiddelen en de onderlinge samenhang van die middelen. De vooropstellingen in dit arrest beogen enkele uit eerdere rechtspraak voortvloeiende min of meer algemene aandachtspunten en beperkingen weer te geven en met elkaar in verband te brengen, en aldus een hulpmiddel te bieden bij de beantwoording van vragen over het gebruik van oplichtingsmiddelen in concrete gevallen. I.c. is de bewezenverklaring dat verdachte door het aannemen van een valse hoedanigheid slachtoffer “heeft bewogen” tot afgifte van een geldbedrag € 50.000,-, mede gelet op de door de HR gegeven vooropstellingen en hetgeen namens verdachte in dit verband is aangevoerd, niet toereikend gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 7 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1805
- HR 17 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:326
- HR 3 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:200
- HR 9 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3546
- HR 11 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3144
- HR 13 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0806
- HR 15 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8600
- HR 2 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM4208
- HR 15 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC0782
- HR 4 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU5719
- HR 6 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF6599
- HR 15 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD1177
- HR 18 oktober 1988, ECLI:NL:HR:1988:AD0468
- HR 25 februari 1969, ECLI:NL:HR:1969:AB5900