HR 16 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK6357
Verjaring. Vooropgesteld wordt dat in geval van verandering van wetgeving m.b.t. de verjaring naar hedendaagse rechtsopvatting in strafzaken als uitgangspunt geldt dat deze verandering direct van toepassing is, met dien verstande dat een reeds voltooide verjaring wordt geëerbiedigd (vgl. HR LJN BK1998). Nu uit de stukken niet blijkt dat gedurende 6 jaar voorafgaand aan 1-1-06 (toen art. 72 Sr is gewijzigd) een daad van vervolging is verricht, moet het ervoor worden gehouden dat de verjaring van de tlgde feiten niet vóór 1-1-06 is gestuit. De in art. 70.2° Sr bepaalde verjaringstermijn van 6 jr is dus vervuld, zodat het recht tot strafvordering is vervallen. De HR verklaart de OvJ in zoverre niet-ontvankelijk in de vervolging.
De uitspraak op rechtspraak.nl