Conclusie A-G Hofstee 8 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:989
Conclusie AG over o.m. (i) de namens de verdachte opgeworpen vraag of in het kader van de strafoplegging bij aanvaarding van schending van de redelijke termijn rekening moet worden gehouden met de (nadelige) consequentie van een voorwaardelijke veroordeling voor de verdachte, te weten uitsluiting van voorwaardelijke invrijheidstelling (art. 15 lid 3 Sr) en (ii) de klacht van de benadeelde partij dat zij ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard in haar vordering tot vergoeding van immateriële schade. De AG adviseert de Hoge Raad de beroepen te verwerpen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793
- HR 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1943
- HR 2 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1819
- HR 17 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:642
- HR 11 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY4837
- Conclusie A-G Knigge 11 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY4837
- HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW3751
- HR 20 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU7349
- HR 31 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6429
- HR 5 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN1711
- HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578
- HR 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL3537
- HR, ECLI:NL:HR:2012:BK9252