HR 31 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6429

Motivering strafoplegging. Het Hof heeft de oplegging van de door de Politierechter opgelegde en namens de verdachte verzochte werkstraf in beginsel passend en geboden acht, doch heeft daarvan afgezien op de grond dat de verdachte niet beschikt over een vaste woon- of verblijfplaats “zodat met hem geen afspraken kunnen worden gemaakt over de tenuitvoerlegging van een dergelijke straf”. Kennelijk heeft het Hof uit de opmerking van de raadsman ter terechtzitting dat de verdachte via zijn kantoor bereikbaar zou zijn, onvoldoende zekerheid verkregen dat de verdachte, die niet ter terechtzitting was verschenen, zich langs die weg bereikbaar zou houden. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk. Het kan, verweven als het is met de aan de feitenrechter voorbehouden keuze van de straf en de waardering van de factoren die hij voor de strafoplegging van belang acht, in cassatie niet verder worden getoetst.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen