Conclusie A-G Bleichrodt 19 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1172
Conclusie AG. Profijtontneming, toepassing van art. 36e.8 (oud) Sr (inmiddels art. 36e.9 Sr). Klacht dat het hof in strijd met art. 36e.8 (oud) Sr de aan de benadeelde partij bij onherroepelijk vonnis in rechte toegekende vordering niet in mindering heeft gebracht op de schatting van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De AG gaat in op de vraag of de in art. 36e.8 (oud) Sr opgenomen verplichting ook geldt als ter berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel een abstracte berekeningsmethode is gehanteerd, maar in de ontnemingsuitspraak ook wordt gewezen op concrete strafbare feiten die tot voordeel voor de betrokkene hebben geleid en ter zake van die concrete feiten in de hoofdzaak een vordering van de benadeelde partij in rechte is toegekend. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 11 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:900
- HR 10 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:543
- HR 26 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2496
- HR 30 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:970
- HR 14 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:414
- HR 10 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3269
- HR 1 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2458
- HR 1 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2459
- HR 4 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3097
- HR 8 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:860
- HR 11 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:535
- HR 18 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3307
- HR 14 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ3641
- HR 23 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO2607
- HR 17 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3569
- HR 11 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5438