HR 14 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ3641
Profijtontneming. Art. 36e.6 Sr. In rechte toegekende vorderingen. HR herhaalt relevante overwegingen uit LJN AA5438. De vordering van b.p. X betreft immateriële schadevergoeding, zodat het Hof niet gehouden was die vordering in mindering te brengen. De vordering van b.p. Y heeft betrekking op materiële schade geleden als gevolg van een feit waarop de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel mede ziet. Gelet daarop en gelet op het bepaalde in art. 36e.6 Sr had het Hof de in rechte toegekende vordering in mindering moeten brengen op de omvang van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat. HR vermindert in zoverre de schatting van het totale bedrag en de daaruit voor de betrokkene voortvloeiende verplichting tot betaling aan de Staat.
De uitspraak op rechtspraak.nl