HR 30 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:970
Cassatie in het belang der wet. Beschikking ex art. 577b Sv. Strekking en toepassingsbereik van de in art. 577b Sv vervatte regeling betreffende de kwijtschelding dan wel vermindering van het ter ontneming van het w.v.v. te betalen bedrag. De HR wijdt overwegingen aan de vraag in welke gevallen vermindering of kwijtschelding van het te betalen bedrag o.g.v. art. 577b Sv kan plaatsvinden en in hoeverre daarvoor is vereist dat zich, na de onherroepelijke vaststelling van die betalingsverplichting, gewijzigde dan wel nieuwe f&o hebben voorgedaan. Welke f&o van belang zijn voor de beoordeling van het verzoek tot vermindering of kwijtschelding, hangt mede samen met de grond waarop dat verzoek berust. De HR onderscheidt in dit verband verschillende gevallen. In alle gevallen ligt het op de weg van verzoeker om in zijn schriftelijke en gemotiveerde verzoek a.d.h.v. verifieerbare gegevens aannemelijk te maken dat sprake is van f&o die dienen te leiden tot vermindering of kwijtschelding van het bedrag van de in het ontnemingsgeding vastgestelde betalingsverplichting. ’s Hofs oordeel dat “artikel 577b van het Wetboek van Strafvordering er niet toe strekt om het wederrechtelijk verkregen voordeel op basis van nieuwe feiten opnieuw te berekenen en eventueel op een lager bedrag vast te stellen” is in strijd met hetgeen is overwogen. Dat behoeft echter niet tot cassatie te leiden, nu ’s Hofs vaststelling dat niet is gebleken dat “bij de oplegging van de maatregel tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel een hoger bedrag is vastgesteld dan de som van het werkelijke voordeel”, de afwijzing van het verzoek tot vermindering van het vastgestelde bedrag zelfstandig draagt.
De uitspraak op rechtspraak.nl