HR 10 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3269

Profijtontneming. Art. 36e.8 (oud) Sr. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2000:AA5438 en ECLI:NL:HR:1997:ZC9559. I.c. had het Hof bij de bepaling van het bedrag waarop het w.v.v. wordt geschat, de vordering b.p. ter zake van materiële schade, die in de samenhangende strafzaak onherroepelijk is toegekend, en het bedrag van de proceskosten tot betaling waarvan betrokkene is veroordeeld op het geschatte bedrag in mindering moeten brengen. De HR doet de zaak om doelmatigheidsredenen zelf af en vermindert de door het Hof vastgestelde betalingsverplichting.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken