Conclusie A-G Paridaens 11 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1364

Uitlevering ter strafvervolging aan Marokko. 1. Vaststellen identiteit o.p. ex art. 26 lid 1 Uitleveringswet. 2. Juridische grondslag voor uitlevering. Ad 1. De Rb. was niet gehouden opnieuw de identiteit van de o.p. vast te stellen ook al was de behandeling wegens de gewijzigde samenstelling opnieuw aangevangen. Ad 2. De Rb. neemt het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie als grondslag voor uitlevering i.p.v. het Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen Nederland en Marokko, waarop Marokko het uitleveringsverzoek had gebaseerd. De juridische grondslag voor uitlevering wordt niet exclusief bepaald door de verzoekende staat. Plv. AG: verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken