Conclusie A-G Bleichrodt 30 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2129
1. Aanwezigheidsrecht. 2. “toebehorende aan”, art. 321 Sr. Ad 1. o.m. o.g.v. een “ID-staat SKDB” in het dossier moet worden aangenomen dat in het p-v ttz. a.g.v. een kennelijke misslag is opgenomen dat verdachte was gedetineerd. Ad 2. Zonder miskenning van de uitdrukking “toebehorende aan” heeft het Hof uit de bewijsmiddelen kunnen afleiden dat verdachte zich het in de bewezenverklaring genoemde (totale) geldbedrag heeft toegeëigend terwijl dat geld aan X toebehoorde. Daarbij neemt de HR in aanmerking dat het Hof kennelijk heeft geoordeeld dat verdachte dit geldbedrag slechts ontving teneinde daarmee de door hem bestelde goederen te betalen en dat, nu hij die betaling niet heeft verricht, sprake is gebleven van een onlosmakelijke samenhang tussen het in dit bedrag begrepen, niet gespecificeerde provisiedeel en de rest van dit bedrag. Een en ander brengt mee dat het totale geldbedrag in de bewezenverklaring kon worden betrokken,
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 4 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:1773
- HR 7 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:32
- HR 11 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX3620
- HR 2 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV8280
- HR 5 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4638
- HR 12 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5163
- HR 4 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4044
- HR 6 juli 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1370
- HR 20 maart 1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC8508
- HR 11 mei 1982, ECLI:NL:HR:1982:AC1987
- HR 16 december 1975, ECLI:NL:HR:1975:AB5043