HR 25 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3377

1. Aanwezigheidsrecht. 2. “toebehorende aan”, art. 321 Sr. Ad 1. o.m. o.g.v. een “ID-staat SKDB” in het dossier moet worden aangenomen dat in het p-v ttz. a.g.v. een kennelijke misslag is opgenomen dat verdachte was gedetineerd. Ad 2. Zonder miskenning van de uitdrukking “toebehorende aan” heeft het Hof uit de bewijsmiddelen kunnen afleiden dat verdachte zich het in de bewezenverklaring genoemde (totale) geldbedrag heeft toegeëigend terwijl dat geld aan X toebehoorde. Daarbij neemt de HR in aanmerking dat het Hof kennelijk heeft geoordeeld dat verdachte dit geldbedrag slechts ontving teneinde daarmee de door hem bestelde goederen te betalen en dat, nu hij die betaling niet heeft verricht, sprake is gebleven van een onlosmakelijke samenhang tussen het in dit bedrag begrepen, niet gespecificeerde provisiedeel en de rest van dit bedrag. Een en ander brengt mee dat het totale geldbedrag in de bewezenverklaring kon worden betrokken,

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen