Art. 156 Sv, Het opsporingsonderzoek
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. Ambtenaren, met de opsporing van strafbare feiten belast, die geen hulpofficier van justitie zijn, doen door hen opgemaakte processen-verbaal, alsmede bij hen binnengekomen aangiften of berichten ter zake van strafbare feiten, met de inbeslaggenomen voorwerpen, onverwijld toekomen aan de hulpofficier van justitie onder wiens rechtstreeks bevel of toezicht zij staan dan wel aan de officier van justitie, indien een richtlijn van het openbaar ministerie dat voorschrijft of de officier van justitie zulks beveelt.
2. De hulpofficieren van justitie doen de processen-verbaal, bij hen binnengekomen of door hen opgemaakt, de aangiften, berichten en inbeslaggenomen voorwerpen onverwijld toekomen aan de officier van justitie.
3. Toezending kan met instemming van de officier van justitie achterwege worden gelaten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Den Haag 2 augustus 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:12378
- Conclusie A-G Hofstee 12 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:17
- Rb. Dordrecht 19 december 2008, ECLI:NL:RBDOR:2008:BG8138
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 maart 2023, ECLI:NL:OGHACMB:2023:316
- Conclusie A-G Keulen 20 december 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1210
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 1 september 2011, ECLI:NL:OGHACMB:2011:BW0546
- HR 8 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6421
- Hof Amsterdam 29 november 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BY4952