HR 9 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ6625

Falende bewijsklacht art. 312 Sv. Vooropgesteld moet worden dat aan het enkele voorhanden hebben van door een vermogensdelict ontvreemde goederen niet zonder meer de conclusie kan worden verbonden dat de betrokkene die goederen ook door het samen en in vereniging met een ander plegen van dat vermogensdelict heeft verkregen. Voor de beoordeling van de betekenis die aan dat voorhanden hebben moet worden gehecht, zijn de f&o van het geval van belang. Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen - bezien in samenhang met de f&o die zijn vermeld in de bewijsoverweging - heeft het Hof kunnen afleiden dat het verdachte is geweest die het in de bewezenverklaring omschreven feit heeft (mede)gepleegd. Conclusie AG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen