HR 26 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1430

Jeugdzaak. Beschouwing over de reikwijdte van de partiële vernietiging. Verduidelijking terugwijzingsopdracht “uitsluitend wat betreft de strafoplegging”. In aanmerking genomen dat de verdachte t.t.v. de uitspraak in h.b. meerderjarig was had het Hof o.g.v. art. 77aa.4 Sr slechts een reclasseringsinstelling a.b.i. art. 14d.2 Sr opdracht kunnen verlenen. De HR vernietigt het bestreden arrest wat betreft de strafoplegging. De HR merkt op dat onder “vernietiging wat betreft de strafoplegging”, in beginsel en tenzij in het desbetreffende arrest anders vermeld, zijn begrepen alle in de bestreden uitspraak genomen beslissingen a.b.i. art. 351 Sv omtrent de straf en/of maatregel. In zo een vernietiging zijn ook begrepen de beslissingen a.b.i. art. 353-354 Sv (beslag) en de beslissingen a.b.i. art. 361a Sv omtrent een vordering TUL of een herroeping van de VI., maar - anders dan wanneer mede wordt vernietigd t.a.v. de bewezenverklaring - niet de beslissingen a.b.i. art. 361 Sv omtrent de vordering van de b.p. Voor de duidelijkheid wijst de HR erop dat de beslissingen omtrent de vordering van de b.p. moeten worden onderscheiden van de beslissingen omtrent het oplegging van een svm a.b.i. art. 36f Sr. Beslissingen omtrent het opleggen van een dergelijke maatregel zijn wel begrepen onder de “vernietiging wat betreft de strafoplegging”.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen