HR 17 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:349

Kilometerblokker. OM-cassatie. Beschikking Rb op vordering OvJ ex art. 552f.2 Sv tot onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen auto die is voorzien van apparaat waarmee werking van kilometerteller van auto wordt beïnvloed (art. 70m WVW 1994 jo. 3.2 Besluit Voertuigen), art. 36b, 36c en 36d Sr. Kon Rb oordelen dat inbeslaggenomen auto, waarin kilometerblokker heeft gezeten, geen voorwerp is van zodanige aard, dat ongecontroleerd bezit ervan in strijd is met algemeen belang? O.g.v. 36b.1.1, 36b.1.2 en 36b.1.3 Sr heeft rechter de bevoegdheid om in strafzaak de maatregel van onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen voorwerp op te leggen in de daar genoemde gevallen. Daarnaast kan rechter o.g.v. art. 36b.1.4 Sr bij afzonderlijke rechterlijke beschikking op vordering van OM de onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen voorwerp opleggen. Met “feit” in art. 36c en 36d Sr wordt begaan strafbaar feit bedoeld. Rechter die bij afzonderlijke beschikking de onttrekking aan het verkeer oplegt, zal moeten vaststellen dat inbeslaggenomen voorwerp in een in art. 36c of 36d Sr beschreven verband staat tot begaan strafbaar feit (vgl. HR:2022:37). Onttrekking aan het verkeer kan worden opgelegd als betreffend voorwerp van zodanige aard is, dat ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met wet of met algemeen belang. Hieruit volgt dat het moet gaan om voorwerp waarvan aard relevant is in die zin dat ongecontroleerd bezit, al dan niet in samenhang met redelijkerwijs te verwachten gebruik daarvan, juist in verband met die aard, in strijd is met wet of algemeen belang (vgl. HR:2005:AR7626 en HR:2025:1716). O.g.v. art. 36b.2 jo. 33c.2 Sr kent rechter na daartoe strekkend verzoek een geldelijke tegemoetkoming toe als dat nodig is om te voorkomen dat degene aan wie onttrokken voorwerp toebehoort, door die onttrekking aan het verkeer onevenredig zou worden getroffen. Of eigenaar van voorwerp door onttrekking aan het verkeer van zijn eigendom onevenredig wordt getroffen als hem geen geldelijke tegemoetkoming wordt toegekend, moet worden beoordeeld aan de hand van omstandigheden van geval. Daarbij kunnen worden betrokken hoe eigenaar van voorwerp zich in relatie tot dat voorwerp heeft gedragen, waarde van onttrokken voorwerp alsmede eventueel voordeel dat Staat na onttrekking aan het verkeer m.b.t. dat voorwerp verkrijgt, bijvoorbeeld door verkoop daarvan (vgl. HR:2018:1156). Personenauto is niet z.m. van zodanige aard dat ongecontroleerd bezit ervan in strijd is met wet of algemeen belang (vgl. HR:2016:2238). Dat wordt niet anders op enkele grond dat in die auto door politie een kilometerblokker is aangetroffen die daaruit al is verwijderd of die daaruit kan worden verwijderd. Niettemin kan onder omstandigheden een personenauto waarin kilometerblokker is aangetroffen, van zodanige aard zijn dat ongecontroleerd bezit ervan in strijd is met wet of algemeen belang, waardoor auto alsnog in aanmerking komt voor onttrekking aan het verkeer. Een geval als hiervoor bedoeld kan zich voordoen als rechter vaststelt dat auto een concreet gevaar voor verkeersveiligheid vormt terwijl aan dat gevaar ten grondslag liggend gebrek niet met redelijke inspanningen kan worden hersteld. Enkele omstandigheid dat kilometerstand van auto mogelijk niet juist is, brengt niet mee dat auto daadwerkelijk concreet gevaar voor verkeersveiligheid vormt. Daarnaast kan zich zo’n geval voordoen als rechter vaststelt dat normaal handelsverkeer t.a.v. auto onevenredig wordt belemmerd doordat waarde van auto onduidelijk of te hoog is a.g.v. kans dat kilometerstand van auto wezenlijk lager is dan daadwerkelijk daarmee gereden aantal kilometers. Aangenomen mag worden dat zo’n belemmering van handelsverkeer in voldoende mate wordt voorkomen als i) correcte kilometerstand inmiddels is hersteld of in voldoende mate is benaderd op kilometerteller, of ii) gegeven dat kilometerstand van auto niet betrouwbaar is op eenvoudige manier voor derden kenbaar is gemaakt. OM dat op de hiervoor genoemde grond(en) de onttrekking aan het verkeer vordert van personenauto waarin kilometerblokker heeft gezeten, is ervoor verantwoordelijk dat hiervoor benodigde (technische) informatie over auto zich bij (proces)stukken bevindt voordat zaak op tz. of in raadkamer wordt behandeld en vult daartoe zo nodig tijdig dossier aan. In voorkomende gevallen kan rechter bewerkstelligen dat stukken met nadere informatie over gevolgen voor verkeersveiligheid of over belemmeringen van handelsverkeer als auto weer in verkeer zou worden gebracht, alsnog bij processtukken worden gevoegd. Van betrokkene die zich keert tegen vordering van OM tot onttrekking aan het verkeer of die zich o.g.v. Titel IX van Vierde Boek van WvSv beklaagt over inbeslagneming of onttrekking aan het verkeer van auto, mag in beginsel worden verwacht dat hij het nodige onderneemt om (na ontdekking en verwijdering van kilometerblokker) belemmering (op zijn kosten) weg te (doen) nemen op een van hiervoor bedoelde manieren. Omstandigheid dat hem daartoe van overheidswege niet (voldoende) gelegenheid is geboden, kan rol spelen bij beantwoording van vraag of auto aan het verkeer kan worden onttrokken en of in dat geval aanleiding bestaat voor toekenning van geldelijke tegemoetkoming a.b.i. art. 36b.2 jo. 33c.2 Sr. Tegen achtergrond van vaststellingen en overwegingen Rb en in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld, is oordeel Rb dat ongecontroleerd bezit van auto niet in strijd is met algemeen belang, ontoereikend gemotiveerd. Daarbij is van belang dat uit overwegingen Rb voortvloeit dat in dit geval sprake kan zijn van situatie waarin sprake is van inbreuk op integriteit van handelsverkeer, terwijl Rb niet heeft vastgesteld dat zo’n belemmering van handelsverkeer daadwerkelijk ongedaan kan worden gemaakt op hiervoor bedoelde manier. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders. Samenhang met 24/04477 B, 24/04655 B, 24/00845 B en 25/02383 B.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken