HR 2 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1717
OM-cassatie. Beschikking op vordering OvJ ex art. 552f Sv tot onttrekking aan het verkeer van mobiele telefoon met kinderporno en dierenporno. Kon Rb vordering afwijzen en teruggave van telefoon gelasten? Rb heeft (op de grond dat op telefoon ‘kinderporno’ en ‘dierenporno’ zijn aangetroffen) overwogen dat ongecontroleerd bezit van telefoon in strijd is met wet en algemeen belang en dat vordering tot onttrekking aan het verkeer daarom in beginsel voor toewijzing vatbaar is. Rb heeft vervolgens geoordeeld dat onttrekking aan het verkeer van telefoon ‘disproportioneel’ zou zijn omdat het gaat om ‘zeer gering aantal bestanden, die bovendien al zijn geïdentificeerd door politie’, dat uit niets is gebleken dat het technisch onmogelijk is telefoon te ontdoen van aangetroffen bestanden, dat telefoon aanzienlijke waarde heeft en dat door onttrekking aan het verkeer persoonlijke bestanden verloren zouden gaan die van waarde zijn voor belanghebbende. Op grond daarvan heeft Rb vordering van OvJ afgewezen en teruggave van telefoon aan belanghebbende gelast. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2023:471, inhoudende dat procedure van art. 36b.1.4 Sr jo. 552f.2 Sv er niet in voorziet dat rechter, als hij oordeelt dat vordering moet worden afgewezen, teruggave van inbeslaggenomen voorwerp gelast. Daarom is in bestreden beschikking besloten liggend oordeel van Rb dat wet voorziet in beslissing als door Rb genomen, onjuist. Afwijzing van vordering tot onttrekking aan het verkeer is ook niet begrijpelijk. Gronden die Rb daarvoor heeft aangedragen, kunnen (gelet op vaststelling van Rb dat op telefoon ‘kinderporno’ en ‘dierenporno’ zijn aangetroffen) afwijzing niet dragen. HR merkt op dat rechter die onttrekking aan het verkeer oplegt, o.g.v. art. 33c.2 jo. 36b.2 Sr geldelijke tegemoetkoming kan toekennen als dat nodig is om te voorkomen dat degene aan wie voorwerpen toebehoren, door onttrekking onevenredig zou worden getroffen (vgl. HR:2018:1156) en dat wettelijk stelsel zich er niet tegen verzet dat (zoals uiteengezet in HR:2025:1716) rechter die onttrekking aan het verkeer oplegt, na verzoek van verdediging dat voldoet aan de in dat arrest gestelde eisen, kan gelasten dat aan verdachte (kopie van) één of meer bestanden die zich op gegevensdrager bevinden, wordt (of worden) verstrekt. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl