HR 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:515
Militaire zaak, Schaarsbergen-zaak. Medeplegen van als militair opzettelijk een andere militair feitelijk aanranden, meermalen gepleegd (art. 140 Wetboek Militair Sr). 1. Schending van recht op behandeling zaak door onafhankelijke en onpartijdige rechter a.b.i. art. 6.1 EVRM, nu lid van kamer die arrest heeft gewezen t.t.v. behandeling zaak formeel in dienst was van OM? 2. Stuiting van verjaring door e-mailbericht van voorzitter militaire kamer Rb aan OM? Art. 72 Sr. Ad 1. HR heeft ex art.83 RO inlichtingen ingewonnen bij hof. Middel leidt niet tot cassatie op redenen vermeld in HR:2022:513. Ad 2. HR herhaalt relevante overweging uit HR:2010:BN1014 m.b.t. begrip ‘daad van vervolging’ a.b.i. art. 72 Sr. Hof heeft vastgesteld dat op 11-9-2018 namens OvJ aan verdediging per e-mail is bericht dat verdachte zou worden gedagvaard voor onderhavig feit. Daarna heeft nadere e-mailcorrespondentie plaatsgevonden waarbij o.m. afspraken met verdediging zijn gemaakt i.v.m. planning van (inhoudelijke) behandeling van zaak. Op 2-11-2018 heeft voorzitter van militaire kamer van Rb een e-mailbericht gestuurd aan OM waaruit valt op te maken dat voorzitter in ieder geval vanaf die datum is betrokken bij aanbrengen op zitting van zaak en bij regievoering. Hof heeft geoordeeld dat dit samenstel van omstandigheden, resulterend in het door OM “betrekken van voorzitter van militaire kamer van Rb in deze zaak bij dit planningsproces met oog op het ter zitting aanbrengen van strafzaak” (welke betrokkenheid blijkt uit e-mailbericht van voorzitter van 2-11-2018) valt aan te merken als daad van vervolging a.b.i. art. 72 Sr, waardoor verjaring is gestuit. Dat oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met 20/02246 M en 20/02247 M.
De uitspraak op rechtspraak.nl