Art. 68 RO, De gerechtshoven
Wet op de rechterlijke organisatie (RO)
1. Het bestuur van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vormt voor het behandelen en beslissen van zaken waarin door de militaire kamer van de rechtbank Gelderland vonnis is gewezen een meervoudige kamer onder de benaming van militaire kamer. Het bestuur bepaalt de bezetting van deze kamer.
2. De militaire kamer bestaat uit twee rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast en een militair lid, dat bij voorkeur behoort tot het krijgsmachtdeel waartoe de verdachte behoort of behoorde. Bij de behandeling van een zaak tegen verdachten van verschillende krijgsmachtdelen bepaalt de voorzitter van de kamer uit welk krijgsmachtdeel het militaire lid afkomstig is. Op het militaire lid zijn de artikelen 7, derde lid, 12 en 13 tot en met 13g van overeenkomstige toepassing. Tevens zijn de artikelen 44, eerste, vierde tot en met achtste en tiende lid, en 44a, eerste tot en met achtste en tiende lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren op dit lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bestuur van het gerecht wordt aangemerkt als zijn functionele autoriteit, dit lid voor de overeenkomstige toepassing van artikel 44, eerste en zevende lid, wordt gelijkgesteld met plaatsvervangers in hetzelfde gerecht, en de president van het gerecht ten aanzien van dit lid de bevoegdheid, bedoeld in artikel 44, zesde lid, uitoefent.
3. De militaire kamer oordeelt ook over het beklag over niet vervolging in militaire zaken als bedoeld in artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:513
- Conclusie A-G Knigge 11 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX0146
- HR 4 december 1962, ECLI:NL:HR:1962:125
- HR 20 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY3556
- Hof Arnhem-Leeuwarden 5 december 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:9242
- Hof Arnhem-Leeuwarden 23 oktober 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:8063
- Rb. Maastricht 22 december 2003, ECLI:NL:RBMAA:2003:AO0739
- Conclusie A-G van Wees 1 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:402
- Conclusie A-G Valk 30 augustus 2024, ECLI:NL:PHR:2024:858
- Conclusie A-G Harteveld 31 oktober 2023, ECLI:NL:PHR:2023:949
- Conclusie A-G Spronken 8 maart 2022, ECLI:NL:PHR:2022:188
- Conclusie A-G Spronken 8 maart 2022, ECLI:NL:PHR:2022:187
- Conclusie A-G Spronken 8 maart 2022, ECLI:NL:PHR:2022:186
- Conclusie A-G Spronken 14 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1178
- Conclusie A-G Spronken 14 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1177
- Conclusie A-G Spronken 14 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1176
- Conclusie A-G Machielse 20 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY3556
- Conclusie A-G Knigge 16 mei 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV2354
- Conclusie A-G Fokkens 25 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3576
- Conclusie A-G Fokkens 25 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE3572