HR 5 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1004
Niet voldoen aan op vader rustende plicht er voor te zorgen dat zijn kinderen staan ingeschreven op school, art. 2.1 Leerplichtwet 1969. Beroep op vrijstelling ex art. 5.b Lpw o.g.v. richtingbezwaren, nu verdachte aanhanger is van Puritanisme. Zijn bedenkingen m.b.t. scholen op redelijke afstand van zijn woning voldoende concreet en voldoende zwaarwegend? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:1925 m.b.t. onderzoeksplicht rechter indien beroep is gedaan op vrijstellingsgrond a.b.i. art. 5.b Lpw, begrip richting a.b.i. die bepaling en voorwaarden om te kunnen aannemen dat sprake is van overwegende bedenkingen. ’s Hofs oordeel dat door verdachte aangevoerde bezwaren in algemeenheden zijn blijven steken en onvoldoende concreet en onvoldoende zwaarwegend zijn voor geslaagd beroep op art. 5.b Lpw, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting t.a.v. beoordelingsruimte van rechter bij toetsing of sprake is van zwaarwegende bedenkingen in de zin van art. 5.b Lpw en is ook niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat hof enkel vragen heeft gesteld die ertoe strekten te komen tot goed begrip van wat door of namens verdachte ttz. werd aangevoerd. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl