HR 15 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:615
Jeugdzaak. Voorhanden hebben klappertjes speelgoedpistool, art. 54 jo. 27 WWM. Terugwijzingsopdracht HR. Vervolg op ECLI:NL:HR:2017:115 waarin HR arrest Hof heeft vernietigd wat betreft beslissingen t.z.v feit 3 en strafoplegging en zaak in zoverre heeft teruggewezen. 1. Vrijspraak primair tlgd. misdrijf en veroordeling subsidiair tlgd. overtreding tot geldboete van € 150,-. Ontvankelijkheid cassatieberoep? 2. Hof heeft straf t.z.v. feit 1 “bepaald” i.p.v. “opgelegd”. Ad 1. Op gronden als vermeld in ECLI:NL:HR:2018:507, rov. 1.7 staat ex art. 427 Sv tegen het bestreden arrest wat betreft feit 3 beroep in cassatie niet open, zodat verdachte in zoverre in het ingestelde beroep niet kan worden ontvangen. CAG (anders): Vraagt aan HR om duidelijkheid te verschaffen over de vraag hoe ECLI:NL:HR:2006:AV2354 m.b.t. bijzondere gevallen waarin primair een misdrijf en subsidiair een overtreding is tenlastegelegd en cassatieberoep o.g.v. art. 427.2 Sv n-o wordt verklaard zich verhoudt tot ECLI:NL:HR:2013:CA1610 m.b.t omvang van het beroep in cassatie tegen uitspraken in strafzaken. Ad 2. HR stelt voorop dat in cassatie niet erover wordt geklaagd dat Hof in strijd met de in deze zaak door HR gegeven opdracht de straf t.z.v. feit 1 niet heeft opgelegd doch heeft "bepaald" en evenmin dat straf ontoereikend is gemotiveerd. Middel klaagt uitsluitend dat de door Hof gestelde bijzondere voorwaarde "dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd houdt aan de aanwijzingen te geven door of namens Reclassering Nederland, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht" te ruim is geformuleerd. Middel kan niet tot cassatie leiden. Mede gelet op toelichting op middel en in aanmerking genomen dat HR de "bepaling" van de straf door Hof t.z.v. feit 1 begrijpt als "oplegging" van die straf, behoeft dat gezien art. 81.1 RO geen nadere motivering.
De uitspraak op rechtspraak.nl