HR 16 mei 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV2354
Ontvankelijkheid cassatieberoep na vrijspraak van primair tenlastegelegd misdrijf en veroordeling tot minder dan € 250,- geldboete voor subsidiair tenlastgelegde overtreding. In aanmerking genomen dat verdachte is vrijgesproken van het telkens primair tenlastegelegde, en dat het beroep weliswaar onbeperkt is ingesteld maar dat niet blijkt dat verdachte een rechtens te respecteren belang heeft bij het instellen van cassatie tegen deze vrijspraak, zodat hij in zoverre in dat beroep niet-ontvankelijk zou dienen te worden verklaard, neemt de HR aan dat het beroep zich niet richt tegen die vrijspraak doch uitsluitend tegen de veroordeling t.z.v. de telkens subsidiair tenlastegelegde overtreding (HR LJN AE3572). Gelet hierop en in aanmerking genomen dat het maximum van de t.z.v. de overtredingen opgelegde geldboetes minder beloopt dan het in art. 427.2 Sv genoemde bedrag van € 250, kan verdachte niet worden ontvangen in het ingestelde beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl