HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:730
Vennootschapsbelasting. Fiscaal resultaat op obligatieportefeuilles is terecht in aanmerking genomen bij de partij waar het (gehele) economische belang ligt bij die obligatieportefeuilles en de daaruit voortvloeiende opbrengsten. Bij belanghebbende wordt voor fiscale doeleinden slechts een vergoeding voor verrichte diensten in aanmerking genomen. Geen ‘gekochte’ winst. Daarom geen strijd met doel en strekking van de Wet Vpb. Ook geen strijd met doel en strekking van artikel 10a Wet Vpb.
De uitspraak op rechtspraak.nl