HR 6 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1017

Vervolg Vidgen-zaak. Nadat het EHRM (ECLI:CE:ECHR:2012:0710JUD002935306) verdachtes klacht dat art. 6 EVRM is geschonden heeft gehonoreerd heeft de HR (ECLI:NL:HR:2013:CA1782) het daarop volgende herzieningsverzoek gegrond verklaard en de zaak verwezen naar het Hof ‘s-Hertogenbosch. Het Hof heeft verdachte opnieuw veroordeeld en daartegen richt zich het onderhavig cassatieberoep. 1. Schending art. 6 EVRM nu getuige na veel jaren weinig weet te herinneren? 2. Overschrijding redelijke termijn door rechtsgang EHRM? Ad 1: HR staat stil bij recht verdediging op een behoorlijke en effectieve mogelijkheid om getuigen in enig stadium van het geding daadwerkelijk te (doen) ondervragen a.b.i. art. 6.3.d EVRM, i.h.b. t.a.v. getuige die onvoldoende concrete herinneringen heeft aan wat hij met betrekking tot wat aan de verdachte is tlgd., heeft waargenomen of ondervonden (vgl. ECLI:NL:HR:2016:679) en getuige die zich van het geven van een getuigenis of van het beantwoorden van bepaalde vragen verschoont en dientengevolge weigert antwoord te geven op vragen (vgl. ECLI:NL:HR:2013:BX5539). Oordeel hof dat de omstandigheid dat getuige "op veel van de vragen heeft geantwoord dat hij zich niets meer daarover kan herinneren", niet eraan afdoet dat de beëdigde getuige in aanwezigheid van de verdediging is gehoord en dat de verdediging daarbij een behoorlijke en effectieve gelegenheid heeft gekregen om vragen te stellen, en dat "ook de omstandigheid dat deze getuige eerst na 15 jaar door de verdediging kon worden bevraagd" geen inbreuk meebrengt op het ondervragingsrecht van de verdediging, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, ook niet in het licht van de omstandigheid dat het procesverloop van invloed is geweest op het moment waarop getuige door de verdediging kon worden ondervraagd. Ad 2: In het licht van het procesverloop en de totale duur van het geding alsmede gelet op de uitspraak van het EHRM in deze zaak, is het oordeel van het Hof dat geen aanleiding bestaat de straf verder te verminderen dan reeds is gebeurd in HR 6 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1633, niet zonder meer begrijpelijk. HR doet om doelmatigheidsredenen zaak zelf af door de opgelegde gevangenisstraf te verminderen. CAG anders t.a.v. middel 1.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken