HR 13 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0806

Art. 326 Sr, oplichting. Verdachte heeft zich bij de verkoop van schoonmaakgerei in strijd met de waarheid voorgedaan als iemand die geld inzamelde voor kinderen en daarbij medegedeeld dat de opbrengst voor een goed doel was, terwijl hij voornemens was die opbrengst voor zichzelf te houden. Aldus heeft verdachte zich bediend van een valse hoedanigheid. De HR herhaalt relevante overwegingen over samenweefsel van verdichtsels uit HR LJN BQ8600. De bewezenverklaringen dat verdachte X en Y door een samenweefsel van verdichtsels heeft bewogen tot afgifte van geld kunnen niet uit de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid; de enkele leugenachtige mededeling dat de opbrengst bestemd was voor een goed doel is daarvoor onvoldoende. Om doelmatigheidsredenen spreekt de HR verdachte vrij van deze onderdelen van de tll. Verdachte heeft ook een valse hoedanigheid aangenomen en de 90-jarige Z door een samenweefsel van verdichtsels bewogen tot afgifte van geld, door het in strijd met de waarheid voor te stellen alsof hij de elektriciteitsmeter kwam vervangen, waarvoor Z een eigen bijdrage van € 150,- moest betalen. Het hof heeft niet blijk gegeven van een verkeerde opvatting omtrent het begrip “valse hoedanigheid”.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen