HR 17 januari 1984, ECLI:NL:HR:1984:AC8252
Aanslag op Turkse consul te Rotterdam in 1982. 1. Bedreiging tegen het leven gericht, art. 285 Sr. 2. Art. 284 Sr lex specialis art. 285 Sr? Ad 1. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld - en ook kunnen oordelen -, dat in de weergegeven f&o besloten ligt dat de bedreiging is geschied onder zodanige omstandigheden, (a) dat bij de inzittenden van de politieauto de redelijke vrees kon ontstaan dat zij het leven zouden kunnen verliezen; (b) dat de wil van de verdachte op het teweegbrengen van zulk een indruk gericht was, en (c) dat de inzittenden van die politieauto kennis hebben gedragen van die bedreiging, zodat mitsdien bewezen kon worden verklaard dat de verdachte de inzittenden van de vermelde auto “heeft bedreigd met een misdrijf tegen het leven gericht”. Ad 2. De opvatting dat art. 284 Sr een bijzondere strafbepaling is t.o.v. art. 285 Sr. vindt geen steun in het recht.
De uitspraak op rechtspraak.nl