HR 19 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3924
1. Schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om cassatie in te stellen. 2. Art. 51 Sv. Ad 1. HR herhaalt HR LJN BJ7810. Voorts herhaalt de HR de mogelijkheid om het verzuim te dekken in het geval het gaat om het instellen van hoger beroep uit HR LJN BV6999. Deze reparatiemogelijkheid bestaat niet in cassatie omdat in cassatie geen terechtzitting plaatsvindt waarop de zaak inhoudelijk wordt behandeld en de verdachte wordt gehoord. De HR wijst op art. 452.2 Sv en art. VI.2 van het Procesreglement. In een en ander vindt de HR aanleiding te oordelen dat uit de omstandigheid dat, zoals i.c. is gebeurd, namens verdachte een cassatieschriftuur is ingediend door een advocaat die heeft verklaard daartoe door de verdachte bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd, moet worden afgeleid dat aan een onvolkomen volmacht bij het instellen van cassatieberoep de wens van verdachte ten grondslag heeft gelegen om (op rechtsgeldige wijze) beroep in cassatie te doen instellen, zodat die onvolkomen volmacht niet behoeft te leiden tot n-o in het cassatieberoep. Ad 2. Niet-naleving van art. 51 Sv staat aan een geldige behandeling van de zaak buiten afwezigheid van verdachte en zijn raadsman in de weg.
De uitspraak op rechtspraak.nl