Conclusie A-G Bleichrodt 26 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1307
1 . Art. 51 Sv. 2. Het in hulpeloze toestand achterlaten van een ander a.b.i. art. 7.1.b WVW 1994. 3. Vordering b.p. Ad 1. Falende klacht over het niet naleven van het in art. 51, tweede volzin, Sv vervatte voorschrift. Uit het aan de cassatieschriftuur gehechte stuk kan niet worden afgeleid dat de appelmemorie, die zich niet bevindt bij de aan de HR toegezonden stukken, daadwerkelijk bij de Rb is ingediend. Nu ook anderszins aanwijzingen voor het tegendeel ontbreken, moet het er voor worden gehouden dat de in cassatie overgelegde appelmemorie niet aanwezig was in het dossier dat het Hof ter beschikking stond bij de behandeling van de onderhavige strafzaak in h.b., terwijl onvoldoende grond bestaat voor het ernstige vermoeden dat voormelde appelmemorie ter griffie van de Rb (of door enige andere justitiële autoriteit) is ontvangen en vervolgens in het ongerede is geraakt. Ad 2. De opvatting dat slechts sprake kan zijn van het in hulpeloze toestand achterlaten als bedoeld in art. 7.1.b WVW 1994 indien 'de ander' niet op eigen kracht hulp kan inroepen , is onjuist. Het oordeel van het Hof dat verdachte een fietser in een “hulpeloze toestand” a.b.i. art. 7.1.b WVW 1994 heeft achtergelaten, geeft niet blijk van een onjuiste uitleg van dat begrip, in aanmerking genomen dat het Hof heeft vastgesteld dat de fietser door de botsing met de auto van verdachte ten val is gekomen, dat haar fiets t.g.v. van de botsing is weggeslingerd en totaal is vernield en dat de fietser, die bij het opstaan een flinke pijn in linkerschouder en linkervinger voelde, na de aanrijding op een stootbalk in de berm van de weg is gaan zitten en vervolgens door een onbekende begeleid is naar haar woning. Ad 3. De b.p. heeft vergoeding gevorderd van de schade die zij heeft geleden als gevolg van de aanrijding. ’s Hofs oordeel dat de gevorderde schade rechtstreeks is toegebracht door het onder 1 bewezenverklaarde feit (overtreding van art. 7.1 WVW 1994), is - mede gelet op de vrijspraak van het onder 3 tenlastegelegde (overtreding van art. 5 WVW 1994) - zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. CAG anders t.a.v. middelen betreffende vordering b.p.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 18 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:660
- HR 24 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:767
- HR 19 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3924
- HR 19 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4478
- HR 11 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY4303
- HR 11 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0146
- HR 8 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO6743
- HR 16 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN0011
- HR 5 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN1716
- HR 7 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI4725
- HR 3 juli 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3128
- HR 3 juli 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3133
- HR 25 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF1937
- HR 20 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4400