HR 19 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH7284

1. Verschoningsrecht. Klager is advocaat, tevens verdachte. 2. Onrechtmatige inbeslagname in België. 3. Aanwezigheid Deken. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BA5667 en LJN AD9162. Het oordeel van de Rb dat i.c. sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden die doorbreking van het verschoningsrecht rechtvaardigen, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd, nu sprake is van zeer ernstige feiten en klager als verdachte is aangemerkt. Ad 2. De overwegingen van de Rb dat t.t.v. het doorzoeken van het kantoor van klager voldoende verdenking bestond en dat hij op de hoogte moet zijn geweest van de criminele context van de transacties, dragen het oordeel van de Rb zelfstandig, zodat de overweging van de Rb dat klager geen beroep kan doen op onrechtmatig onder zijn cliënte in België inbeslaggenomen goederen en documenten, onbesproken kan blijven. Ad 3. De opvatting dat de zorgvuldigheid waarmee de inbeslagneming van goederen of bescheiden onder een geheimhouder gepaard behoort te gaan, vereist dat de Deken ook aanwezig is bij de beoordeling door de RC van waar beslag op blijft gehandhaafd en wat er kan worden teruggegeven en dat afwezigheid van de Deken leidt tot nietigheid van de (selectie)beslissing, is in haar algemeenheid onjuist.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen