HR 6 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG7412

Octrooirecht. Europees octrooi; beschermingsomvang, uitleg, maatstaf; nietigheid, nieuwheid en inventiviteit; overgangsrecht, onmiddellijke werking van EOV 2000, terugwerkende kracht voor op 13 december 2007 verleende Europese octrooien; samenloop nietigheidsprocedure nationale rechter (art. 138 EOV 2000) en centrale beperkingsprocedure EOB (art. 105a-c EOV 2000), invloed besluit EOB op beslissing rechter; partiële vernietiging Nederlands deel van Europees octrooi, maatstaf uit HR 16 februari 2001, nr. C99/195, NJ 2001, 393 (Wiva/Van Egmond) niet verenigbaar met per 13 december 2007 geldend verdragsrecht; cassatie, ontvankelijkheid, belang; feitelijke grondslag middelen (art. 419 Rv.), toelaatbaar feitelijk novum; verwijzingsinstructie, door wijziging conclusies beperkt octrooi uitgangspunt van beoordeling in geding na verwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen