Art. 52 EOV, Verklaring van voorrang
Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag) (EOV)
1. In de verklaring van voorrang, bedoeld in artikel 88, eerste lid, dienen de datum van de eerdere aanvrage, de Staat die partij is bij het Verdrag van Parijs of het lid van de Wereldhandelsorganisatie waarin of waarvoor die aanvrage is ingediend en het dossiernummer te worden vermeld. In het geval bedoeld in artikel 87, vijfde lid, is de eerste volzin van overeenkomstige toepassing.
2. De verklaring van voorrang wordt bij voorkeur tezamen met de Europese octrooiaanvrage ingediend. Zij kan binnen zestien maanden voor de vroegste voorrangsdatum worden ingediend.
3. De aanvrager kan de verklaring van voorrang corrigeren binnen zestien maanden na de oudst ingeroepen voorrangsdatum of, indien de correctie zou leiden tot wijziging van de als oudst ingeroepen voorrangsdatum, binnen zestien maanden na de gecorrigeerde oudste voorrangsdatum, naar gelang van welke termijn van zestien maanden het eerst verstrijkt, mits deze correctie binnen vier maanden na de datum van indiening die aan de Europese octrooiaanvrage is toegekend wordt overgelegd.
4. Na indiening van een verzoek krachtens artikel 93, eerste lid, onderdeel b, is indiening of correctie van een verklaring van voorrang niet meer mogelijk.
5. De gegevens van de verklaring van voorrang worden in de gepubliceerde Europese octrooiaanvrage en in het Europees octrooischrift vermeld.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 6 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG7412
- Conclusie A-G van Peursem 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:608
- Conclusie A-G van Peursem 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:317
- Conclusie A-G van Peursem 30 augustus 2019, ECLI:NL:PHR:2019:939
- Rb. Den Haag 25 november 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:13401
- Conclusie A-G van Peursem 29 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:402
- Conclusie A-G van Peursem 8 december 2023, ECLI:NL:PHR:2023:1123
- Conclusie A-G van Peursem 24 september 2021, ECLI:NL:PHR:2021:847
- Conclusie A-G van Peursem 24 september 2021, ECLI:NL:PHR:2021:846
- Conclusie A-G Hammerstein 7 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ4115
- Hof Den Haag 23 mei 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1724
- Rb. Den Haag 9 december 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:12547
- Hof Den Haag 30 juli 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1962
- Conclusie A-G van Peursem 20 december 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1407
- Conclusie A-G Langemeijer 2 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB2770
- Hof Den Haag 25 juni 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:CA3887
- Rb. 's-Gravenhage 12 maart 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BC6416
- Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1322
- Rb. Den Haag 15 april 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:3414
- Rb. Den Haag 17 december 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:16691