Art. 57 EOV, Onderzoek op vormgebreken
Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag) (EOV)
Indien aan een Europese octrooiaanvrage een datum van indiening is toegekend, onderzoekt het Europees Octrooibureau overeenkomstig artikel 90, derde lid, of:
a. tijdig een ingevolge artikel 14, tweede lid, regel 36, tweede lid, tweede volzin, of regel 40, derde lid, tweede volzin, vereiste vertaling van de aanvrage is ingediend;
b. het verzoek om verlening van een Europees octrooi aan de vereisten van regel 41 voldoet;
c. de aanvrage een of meer conclusies overeenkomstig artikel 78, eerste lid, onderdeel c, omvat of een verwijzing naar een eerder ingediende aanvrage overeenkomstig regel 40, eerste lid, onderdeel c, tweede en derde lid, waaruit blijkt dat deze tevens de conclusies vervangt;
d. de aanvrage een uittreksel overeenkomstig artikel 78, eerste lid, onderdeel e, omvat;
e. de indieningstaks en de taks voor het nieuwheidsonderzoek overeenkomstig regel 17, tweede lid, regel 36, derde lid, of regel 38 zijn betaald;
f. de aanwijzing van de uitvinder overeenkomstig regel 19, eerste lid, is geschied;
g. indien van toepassing, aan de vereisten vervat in de regels 52 en 53 voor een beroep op voorrang is voldaan;
h. indien van toepassing, aan de vereisten van artikel 133, tweede lid, is voldaan;
i. de aanvrage voldoet aan de vormvereisten vervat in regel 49, eerste lid, en de van toepassing zijnde vereisten voorgeschreven door de President van het Europees Octrooibureau ingevolge regel 49, tweede lid;
j. de aanvrage voldoet aan de vereisten vervat in regel 30.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 6 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG7412
- Hof Den Haag 30 juli 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1962
- Rb. Den Haag 30 november 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:14383
- Rb. Den Haag 15 april 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:3414
- Conclusie A-G Langemeijer 6 maart 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG7412
- Conclusie A-G Huydecoper 9 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT3135