HR 9 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1490
Beroep op AVAS wegens dwaling ten aanzien van de wederrechtelijkheid van het bewezen verklaarde feit. Vereist is dat aannemelijk is dat een verdachte heeft gehandeld in een verontschuldigbare onbewustheid ten aanzien van de ongeoorloofdheid van de hem verweten gedraging (HR NJ 1995, 631). Van zo’n onbewustheid kan slechts sprake zijn indien de verdachte ten tijde van het begaan van het feit in de overtuiging verkeerde dat zijn gedraging niet ongeoorloofd was.
De uitspraak op rechtspraak.nl