Rb. Rotterdam 2 maart 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:1803

Wet op de kansspelen. De dagvaarding is t.a.v. het onderdeel ‘opzettelijk voordeel trekken uit de omzet van de cash centers’ ambtshalve nietig verklaard. Vrijspraak art. 1, eerste lid, onder a van de Wet op de kansspelen: gelegenheid bieden om deel te nemen aan online kansspelen. Bewezenverklaring art. 1, eerste lid, onder b van de Wet op de kansspelen: het bevorderen van deelname aan online kansspelen. Bij de strafoplegging is nadrukkelijk meegewogen dat de consument op dit moment wordt overspoeld door een golf aan reclames voor online kansspelen, hetgeen zich nadrukkelijk niet lijkt te verenigen met de bedoeling van de wetgever om bescherming en waarborg te bieden tegen gokverslaving. Dit raakt ook aan de ernst van het kernverwijt. Aan de rechtspersoon wordt – naast een verbeurdverklaring van contant geld en computers – geen straf of maatregel opgelegd, waarbij meeweegt veroordeling bestuurder, overschrijding redelijke termijn en aangekondigde ontneming gerelateerd aan het conservatoir beslag.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken