Hof 's-Hertogenbosch 31 mei 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:1795
Vergoeding belastingrente naar aanleiding van BPM-teruggave. Afdoening diverse formele grieven. De redelijke termijn van in beginsel twee jaar voor bezwaar en beroep is overschreden, maar net als de rechtbank ziet het hof geen aanleiding om compensatie in de vorm van een schadevergoeding toe te kennen. Het hof betrekt bij dit oordeel het accessoire karakter van rentebeschikkingen, het financiële belang van de zaak (dat het hof anders bepaalt dan belanghebbende) en het karakter van de vergoeding (niet een financiële tegemoetkoming voor onvrede over de wijze waarop nationale rechters de eerbieding van het Unierecht waarborgen). Met dit oordeel wordt volgens het hof een bijdrage geleverd aan het herstellen van het vertrouwen van belastingbetalers in de overheid. Het hof meent dat het huidige systeem van forfaitaire vergoedingen (proceskosten, immateriële schadevergoeding) in hun huidige vorm leiden tot uitkomsten die in de samenleving niet meer zijn uit te leggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Zeeland-West-Brabant 31 maart 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:1949
- Rb. Gelderland 22 maart 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:1686
- Conclusie A-G Pauwels 10 maart 2023, ECLI:NL:PHR:2023:290
- HR 3 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:132
- HR 2 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1128
- HR 8 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1039
- Rb. Zeeland-West-Brabant 9 juni 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:3148
- HR 28 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:89
- HR 20 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1831
- Hof 's-Hertogenbosch 24 oktober 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3972
- HR 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:623
- Rb. Noord-Nederland 4 april 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:1154
- HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1790
- HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2013:250
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2018:117
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2020:292
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:153