Rb. Noord-Nederland 4 april 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:1154
BPM. De rechtbank is van oordeel dat nu sprake is van een gehoudenheid tot vergoeding van rente voordat artikel 28c van de IW in werking was getreden, het op de weg van verweerder lag om te voldoen aan de uit het Unierecht volgende verplichting tot vergoeding van rente. Verweerder moet overeenkomstig het bepaalde in artikel 28c van de IW rente vergoeden. Naar het oordeel van de rechtbank is het griffierecht terecht geheven. De rechtbank volstaat met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2358
- Rb. Noord-Nederland 25 juli 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:2926
- HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252
- Hof 's-Hertogenbosch 7 januari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:12
- HR 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3606
- HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:699
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2013:250
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2018:807