Hof 's-Hertogenbosch 25 september 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB4967
Advocatenkantoor vordert rechtstreeks betaling van een onderneming van de declaraties terzake werkzaamheden die het kantoor heeft verricht voor de ondernemingsraad van die onderneming. Inmiddels heeft die OR geen leden meer. Het hof oordeelt, anders dan de rechtbank, dat dit kan, mede in aanmerking genomen dat de ondernemer geen bezwaar heeft gemaakt tegen de schriftelijke aankondigingen van de advocaat van de te maken kosten. Voor dat laatste is voldoende dat de advocaat zijn uurtarief heeft genoemd en dat de gevoerde procedures samenhingen met het geschil waarvoor hij had aangekondigd te zullen optreden. In casu hield dat ook in, gedingen omtrent het bestaan van de OR, omdat de ondernemer dat bestaan betwistte en daarom geen instemmingsrecht erkende voor de wijziging van een dienstrooster. Van belang is voorts dat door het advocatenkantoor rechtstreeks aan de ondernemer opgave is gedaan van de kosten en dat de ondernemer nooit bezwaar heeft gemaakt tegen de genoemde tarieven, noch tegen het niet noemen van een maximum van de kosten van rechtsbijstand. Het hof heeft voor recht verklaard dat de ondernemer aan het advocatenkantoor betaling is verschuldigd voor de werkzaam- heden die gedeclareerd zijn middels die facturen, zoals deze declaraties na begroting overeenkomstig de procedure ex art. 32-40 WTBZ zullen worden vastgesteld, met als maximum het bedrag waarvan in deze procedure betaling wordt gevorderd en heeft de ondernemer tevens veroordeeld tot betaling van de wettelijke rente over het aldus vast te stellen bedrag der declaraties, met ingang van de datum waarop die rente gevorderd is, en van de proceskosten. Het hof heeft zich voor het overige (de vordering tot betaling van de declaraties) onbevoegd verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl