Hof Den Haag 11 september 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1568

Onderzoek 26Humble. Aan de verdachte worden – kort gezegd - de volgende feiten verweten: 1. Het medeplegen van deelname aan terroristische organisatie en organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van oorlogsmisdrijven, te weten IS. 2. Het medeplegen van trainen in plegen van terroristische misdrijven. 3 en 4. De opruiing en verspreiding ter opruiing tot het plegen van een terroristisch misdrijf dan wel misdrijven ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, alsmede de opruiing en verspreiding ter opruiing tot het plegen van (een) oorlogsmisdrijf, te weten de aanranding van de persoonlijke waardigheid. Het hof legt dit onderdeel van de tenlastelegging zo uit dat het oorlogsmisdrijf waartoe wordt opgeruid er dus uit moet bestaan dat anderen, net als de verdachte onder feit 5 wordt verweten, berichten/video’s/afbeeldingen op digitale wijze plaatsen of delen, waardoor de persoonlijke waardigheid van door oorlogsrecht beschermde personen wordt aangerand. 5. Het verspreiden van video’s (en het plaatsen van een bericht bij een van de video’s), die officiële publicaties van IS zijn, in een Telegramgroep met 80 gelijkgestemde leden die op grote schaal beeldmateriaal van IS deelden waarin gruwelijk geweld tegen andersgelovigen wordt verheerlijkt en aangeprezen. Dit is tenlastegelegd als het medeplegen van het oorlogsmisdrijf aanranding van de persoonlijke waardigheid. P. Het ter beschikking stellen van middelen (geldbedragen) aan [persoon 1] en [persoon 2] in strijd met de in de tenlastelegging weergegeven wet- en regelgeving. Het hof spreekt de verdachte vrij van het onder 5 tenlastegelegde nu uit de specifieke gedragingen van de verdachte niet volgt dat er sprake is geweest van een “aanranding van de persoonlijke waardigheid, in het bijzonder vernederende en onterende behandeling” als bedoeld in artikel 6 lid 1 onder c WIM, hoewel deze gedragingen buitengewoon verwerpelijk zijn en het handelen van de verdachte getuigt van een respectloze houding ten opzichte van de overleden slachtoffers. Het hof komt daarom niet toe aan een bespreking van de Nexus. Het hof veroordeelt ter zake van het onder 1 tenlastegelegde. Verdachte heeft in meerdere Telegramgroepen, zoals Greenb1rds, berichten gedeeld. Deze groepen ondersteunen de mediastrategie van IS. Gelet op haar kennis van het conflict en de gewapende strijd alsmede haar actieve deelname aan de chats op Telegram, moet de verdachte daarvan hebben geweten. De inhoud van deze berichten behelst lezingen van radicale sprekers, aansporingen tot het leveren van een financiële bijdrage aan de gewapende strijd en oproepen om deel te nemen aan de gewapende strijd. Met de verspreiding van deze berichten heeft de verdachte de mediastrategie van IS, die was gericht op het voeren van propaganda voor de door IS gevoerde gewapende strijd in Syrië, – en daarmee de organisatie zelf – opzettelijk ondersteund. Zij heeft aldus een bijdrage aan IS geleverd. Het hof veroordeelt ter zake van het onder 2 tenlastegelegde. Verdachte was in de tenlastegelegde periode aanhanger van een radicaal islamitische ideologie en schaarde zich achter de gewapende jihad, gevoerd door IS. De verdachte hield zich bezig met het vergaren van kennis en informatie via aan IS gelieerde social media kanalen c.q. mediaplatforms over het nieuwste propaganda materiaal van IS. Op die manier heeft zij onder andere kennis verworven en/of inlichtingen verschaft over het doden van ongelovigen, het plegen van aanslagen, het maken van explosieven (zoals lood azide en TATP) en een bomgordel. Het hof leidt onder meer op basis van de uiterlijke verschijningsvorm af dat de verdachte opzet heeft gehad op het trainen in het plegen van terroristische misdrijven. Het hof veroordeelt ter zake van het onder 3 en 4 tenlastegelegde voor opruiing tot het plegen van terroristische misdrijven, maar spreekt de verdachte vrij voor zover deze feiten betrekking hebben tot het aanzetten van oorlogsmisdrijven. Het hof veroordeelt ter zake van de onder P tenlastegelegde opzetvariant (kleurloos opzet) nu de verdachte heeft verklaard dat zij het geld naar [persoon 1] en [persoon 2] heeft overgemaakt. De verdachte wordt na compensatie voor de overschrijding van de redelijke termijn veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts wordt de gemaximeerde TBS met verpleging van overheidswege gelast en wordt aan de verdachte de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking zoals bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken