HR 31 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:1011

Training voor terrorisme ex art. 134a Sr. Verhouding 134a en 46.1 Sr. Artikel 134a Sr ziet op gedragingen die in enig verband staan met een terroristische training. Dat verband komt reeds tot uitdrukking in art. 134a Sr voor zover daarin strafbaar is gesteld het zich verwerven of een ander bijbrengen van kennis of vaardigheden tot het plegen van een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf. T.a.v. de overige in art. 134a Sr strafbaar gestelde gedragingen, te weten: het zich of een ander opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen of trachten te verschaffen tot het plegen van een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, moet worden aangenomen dat kwalificatie onder art. 134a Sr niet mogelijk is indien een voldoende verband van die gedragingen met enige vorm van training – waaronder in overeenstemming met de hiervoor weergegeven wetsgeschiedenis in ruime zin te verstaan: “het opdoen of overbrengen van kennis of zich of een ander bekwamen in vaardigheden of technieken” – voor terrorisme ontbreekt. De opvatting dat in art. 134a Sr uitsluitend gedragingen strafbaar zijn gesteld die voorafgaan aan de strafbare voorbereiding van de in deze bepaling bedoelde misdrijven, en de opvatting dat deze gedragingen moeten duiden op het volgen van instructies waarbij specifieke vaardigheden, methoden of technieken tot het begaan van een terroristisch misdrijf worden aangeleerd, zijn onjuist. Kwalificatie van gedragingen als het misdrijf van art. 134a Sr is niet uitgesloten ingeval deze gedragingen tevens kunnen worden aangemerkt als voorbereidingshandelingen in de zin van art. 46.1 Sr.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen